Vijf eeuwen hervormde diaconie in Den Haag

 

Afgelopen juni kwam in opdracht van de Protestantse Diaconie Den Haag dit door dr. Jurjen Vis geschreven boek uit. Zeer informatief, goed geïllustreerd, uitstekend vormgegeven en prettig geschreven, zodat je de bijna 500 pagina’s met plezier leest.

Vanaf augustus 1572 durfde de Haagse diaconie voor het eerst openbaar zichtbaar te zijn. Na het voor de Hollandse Opstand zo goed verlopen beleg van Leiden namen de hervormden alhier na de Kloosterkerk nu ook de Grote Kerk in bezit, al waren de katholieken ter stede nog in de meerderheid – maar die hielden zich begrijpelijkerwijs koest.

Toen al wist ieder die in de kerk kwam dat diakenen veelomvattende en veeleisende taken hadden. Zij moesten actief aalmoezen verzamelen (rondgaan met zakjes en schalen) en de armen voorzien van geld en goederen (turf, voedsel en kleding). Vanaf het midden van de 17de eeuw werden ook oude vrouwen en weeskinderen gehuisvest. Elke diaken had een kwartier van de gemeente ‘onder zich’ en was er gedurende zijn termijn (twee jaar) een paar dagen per week (!) mee bezig. Wie het goed deed, kon daarna tot ouderling stijgen en schoof dan in de kerk onder de preekstoel op van de diakenenbanken naar die van de ouderlingen, goed zichtbaar voor al wie kerkte. Men vergaderde elke donderdag en besprak alle sociale gevallen en gaf elkaar advies. Werd het te moeilijk, dan werd de kerkenraad (predikant plus ouderlingen) ingeschakeld.

Vanaf 1584 werd ook Scheveningen ‘bedacht’ via een bedrag in handen van de Heilige Geestmeesters aldaar, voor het verminderen of draaglijk maken van materiële nood of het verzorgen van (noodlijdende) zieken. Sinds 1575 kwamen in het Haagse ook niet-lidmaten en niet-hervormden hiervoor in aanmerking. Pas vanaf 1685 werd de hulp aan ‘papisten’ stopgezet, maar soms streek men dan toch weer de hand over het hart. Nog lang is aan roomsen indien nodig brood uitgedeeld.

Geld haalde men op door collectes in de kerk, maar ook door openbare collectes, legaten en rijkelijke giften van de Oranjes die als stadhouder (en later als koning) in Den Haag woonden. Vis schuwt gelukkig anecdotes niet, zoals die over de driejarige olifant Hansken uit Ceylon, door Frederik Hendrik besteld (!) bij de VOC en vanaf 1634 vertoond in het stadhouderlijke stallencomplex te Rijswijk. Wie het dier wilde zien, en dat waren er velen, kreeg ter plekke te maken met collectes van o.a. de hervormde diaconie. Hansken bracht aldus eerst veel geld op, maar het nieuwtje was er toch gauw af en de olifant werd toen aan Johan Maurits van Nassau geschonken, die het vanwege zijn vertrek naar Brazilië snel tegen een fors bedrag doorverkocht aan een rijke Amsterdammer. In totaal brachten de Hansken-collectes omgerekend naar 2018 ongeveer 18.000 euro op.

Tot in de tweede helft van de 20ste eeuw gold de zorg voor ‘oudjes’ en weeskinderen als een van de kerntaken van de hervormde diaconie. Aan het Spui had men daartoe van 1660 tot het midden van de 19de eeuw het Diaconie Armen Huis, ook wel het Oude Vrouwen en Kinderhuis genoemd. De pestepidemie van 1654-’56 had tot een grote toename van armen en wezen geleid, maar gelukkig kreeg de diaconie een paar forse legaten, waaronder die van Cornelis Haga, de vroegere ambassadeur van de Republiek te Constantinopel. De inhuizige besjes kregen als taak de weesmeisjes te begeleiden en hun allerlei vaardigheden te leren. De jongens werden meestal buitenshuis op verschillende ambachten voorbereid. Rond 1800 werd langzaamaan duidelijk dat het huis ruimtelijk en anderszins niet meer voldeed. In 1860 werd nog het tweehonderdjarig bestaan gevierd. Toen volgde sloop.

Overigens zorgde de hervormde diaconie ook wel voor ‘algemene’ armen, waarvoor men een vergoeding van de magistraat kreeg. Maar die was vaak onvoldoende waardoor de diaconie er fors op moest toeleggen en dat leidde weer met grote regelmaat tot spanning en het zoeken naar extra inkomsten, bijvoorbeeld via een eigen spinnerij (1780).

In 1799 gebeurde er iets unieks: er kwam in Den Haag een Algemeene Armenvergadering tot stand, met 16 leden: vier Nederlands hervormde, drie rooms-katholieke, twee Waals-hervormde, twee lutherse, twee Asjkenazisch joodse en een Portugees joods, een remonstrants en een oud-katholiek lid. Tot 1871 bleek dit een slagvaardige organisatie.

Een groot deel van de 18de eeuw en de eerste drie decennia van de 19de eeuw had de diaconie forse financiële problemen. Dat werd gelukkig beter door strenger beheer en een (even) aantrekkende economie. Daarnaast ging de Gemeente Den Haag vast subsidiëren en ging men via de Algemeene Armenvergadering grote stukken duingrond afgraven en daar aardappelen telen: werkverschaffing en opbrengsten! Dankzij vooral mr. H.J. van der Heim sloeg de Haagse diaconie een nieuw, uiteindelijk zeer succesvol pad in: helemaal zelfstandig gaan (1855). Het gaat hier te ver alle ins en outs te vermelden, maar genoemd moet worden dat de overheid in de praktijk het overgrote deel van de armen voor haar rekening nam, zij het dat er vaak zeer inefficiënt gewerkt werd.

Tenslotte de interessante en voor onze stad zeer beeldbepalende diaconale bouwactiviteiten vanaf de 19de eeuw. Aan de uitleg buiten de Haagse singels werd opmerkelijk bijgedragen via: 132 armenwoningen op het Om en Bij (1841, 1882), drie diaconiescholen (1844, 1873, 1883), een Diaconale bakkerij (1855) – nu de Lukaskerk – , de Armenkerk/Bethlehemskerk (1858), een nieuw Oude Mannen en Vrouwenhuis ter vervanging van het gebouw uit 1660 (1854), een weeshuis aan de Hooftskade (1867) en de Van Doeverenstichting (1878) voor gehuwde bejaarden. Maar het meest spectaculaire verhaal is toch een door de Tweede Wereldoorlog noodzakelijk te bouwen nieuw rusthuis in het Benoordenhout.

Vanaf april 1946 was de diaconie in het diepste geheim in onderhandeling over de aankoop van het landgoed Oostduin-Arendsdorp (14 hectaren groot). De eigenaresse, de zeer gelovige hervormde M.A.O.C. gravin van Bylandt, wilde daar van af. Ze was ongehuwd en kinderloos en het verwaarloosde park dat door de oorlog zwaar geleden had was een blok aan haar been. De diaconie wilde er vijf gebouwen neerzetten: een zes verdiepingen tellend weeshuis, een kapel, twee rusthuizen van vier verdiepingen en een administratiegebouw. Maar de gemeente stelde dat slechts 7% van het park bebouwd mocht worden, dus het weeshuis en de kapel werden alras geschrapt. Samen met de synode werd de aankoop in 1947 voor 400.000 gulden gedaan. Hierop werd aan de Goetlijfstraat naar ontwerp van H.T. Zwiers voor 2,5 miljoen gulden een zeer modern bejaardenhuis gebouwd, de diaconie stak er zich zwaar voor in de schulden. De gravin van Bylandt stierf er in 1968, 94 jaar oud, en zeer tevreden. Vervolgens moest er een tweede bejaardenhuis komen: de serviceflat Arendsdorp (ontwerp: J.F. Berghoef).

De BPM (Shell) was ondertussen op zoek naar een stuk grond voor de bouw van een nieuw kantoor en wilde daarvoor heel graag een deel van Oostduin. De synode onderhandelde handig en de BPM kocht het in 1962 voor 7 miljoen gulden (anno 2018: ca. 20 miljoen euro). Zoals auteur Vis het zuinigjes stelt: ‘Of de freule zich gelukkig zou hebben gevoeld met de bestemmingswijziging [van dit deel van het landgoed], is zeer de vraag.’ Hoe dan ook, in 1968 verrees aan de Oostduinlaan het nieuwe veertien etages hoge Shellgebouw naar ontwerp van architect H.E. Oud. Door de verkoop van dit deel van het Oostduinpark was de Haagse diaconie de rijkste van Nederland geworden en kon de bouw van Arendsdorp worden gerealiseerd, als serviceflat een in het westen nog onbekend fenomeen. Het ging open op 9 december 1972. Het gewijzigde bestemmingsplan Oostduin-Arendsdorp dat in 1975 door de gemeenteraad werd aangenomen heeft verhinderd dat er hier nog meer gebouwd werd: wat er van het park over was, moest park blijven.

Kort voor 2000 heeft de diaconie al haar bejaarden- en verzorgingshuizen afgestoten, vooral doordat het noodzakelijke onderhoud nooit ophield en die dus een blok aan het been waren. Oostduin is eigendom van Staedion geworden en Florence exploiteert het. Arendsdorp sloot op 1 april 2014 definitief de deuren.

Wie interesse heeft in de Haagse sociale, maatschappelijke en kerkelijke geschiedenis mag de diaconie van onze stad dankbaar zijn dat dr. Vis dit boek mocht schrijven. Hij heeft er echt iets moois van gemaakt.

 

Jurjen Vis, Diaconie. Vijf eeuwen armenzorg in Den Haag, Amsterdam 2017 (Boom), 486 pp., ISBN 978-90-2440-636-4, prijs € 34,90

 

Diederick Cannegieter