375 jaar Hofwijck

 

Per schuit vanuit Den Haag via de aanlegsteiger Huygens’ Hofwijck betreden: zo heb je nog een heel klein beetje de illusie dat Constantijn er op zijn ‘uitzit’ wacht om jou op zijn persoonlijke creatie te Voorburg welkom te heten.

Dat die ‘ontsnapping van het hof’ er nog staat is trouwens een nipte zaak geweest: in 1913 werden huis en tuin dusdanig te koop gezet dat sloop voor de bouw van villa’s ter plekke niet denkbeeldig was. Maar gelukkig verhinderde de haastig opgerichte Vereniging Hofwijck (met klinkende namen) dit. En een eeuw later, begonnen in 2011, is dit unieke gebouw helemaal voor een nieuwe toekomst toegerust, met heden vooral de geniale Christiaan in plaats van zijn vader Constantijn als ‘kern’ van het museum, een herinrichting van de historische vertrekken en nieuwe museale presentaties (de Gouden Eeuw van Constantijn en Christiaan onder de Sterren). De ijskelder, omstreeks 1920 onder zand en puin verdwenen, is gereconstrueerd en het in 1929 geplaatste poortgebouw (ondanks bezwaren van omwonenden, maar daarover zwijgt dit boek) omgebouwd tot entreegebouw, vergaderlocatie en het museale kantoor. Op de plek waar Constantijn, als men niet over het water kwam, zijn bezoek ontving om via de indrukwekkend mooie tuin naar zijn huis te wandelen.

Het een en ander was reden voor Kees van der Leer om samen met Henk Boers een essay van zijn hand uit 2004 over Hofwijck uit te bouwen tot een fantastisch boek.

 

Constantijn Huygens wordt in 1596 geboren in de Haagse Nobelstraat 16. Als hoveling verblijft hij in de hofstad, maar ook vaak in het buitenland. Opmerkelijk is zijn ontdekking van Rembrandt, over wie hij eerst zeer, maar later veel minder enthousiast is. Uiteraard komt zijn befaamde huis aan het Plein zeer uitvoerig ter sprake. In mei 1876 is het gesloopt ten behoeve van het neorenaissancegebouw van Justitie.

Constantijn is bouwheer en tuinarchitect van de buitenplaats Hofwijck, in samenwerking met Jacob van Campen. Uniek is de vorm van de tuin. De plattegrond volgt de contouren en maatverhoudingen van het menselijk lichaam; het huis Hofwijck is het hoofd. Dat idee is afkomstig van de Romeinse architect Vitruvius. In 1642 is alles klaar en krijgt de buitenplaats zijn naam (in het Latijn overigens Vitaulium = zowel wijken van het hof als hof des levens). Huygens’ trots is vanuit Den Haag gemakkelijk met de trekschuit bereikbaar, maar ook al snel per koets via de Laan van Werve (tegenwoordig: Laan van N.O.Einde).

Als Constantijn in 1687 op 90-jarige leeftijd overlijdt, verblijft zoon Christiaan tot zijn dood in 1695 veel op Hofwijck, waar hij een stukje aanbouwt, bedoeld voor zijn bibliotheek, maar dat in de 20ste eeuw weer is gesloopt. Aardig is te lezen dat de toen in Voorburg wonende Spinoza tussen 1663 en 1666 vaak langskwam. Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw is er nadrukkelijk sprake van verwaarlozing en dreigende sloop. De bekende staatsman Guillaume Groen van Prinsterer koopt Hofwijck in 1849 om het voor afbraak te redden. Gedurende de decennia rond 1900 is het in het huis een komen en gaan van eigenaren, huurders en bewoners. Onderwijl is dwars door de oude tuin de spoorlijn van Den Haag naar Utrecht aangelegd. In 1913 wordt Hofwijck door de toenmalige eigenaar, Fanny Enthoven (van de bekende pletterijfamilie), te koop aangeboden. De Haagse C.J.M. Wertheim koopt het om het te redden van sloopplannen en in 1914 wordt de Vereniging Hofwijck eigenaar om er een Huygensmuseum van te maken. De laatste hoofdstukken gaan over de diverse restauraties van huis en tuin.

Dit allesomvattende boek over Hofwijck en de bewoners ervan biedt een zeer lezenswaardige tekst met illustraties, die het bekijken meer dan waard zijn. Tevens is het een aanmoediging om ook Museum Hofwijck te bezoeken.

 

Kees van der Leer en Henk Boers, Huygens’ Hofwijck. De buitenplaats van Constantijn & Christiaan, Voorburg 2015, 240 pp., ISBN 978-90-813095-0-9, prijs € 27,50

 

Diederick Cannegieter