De gebroeders Verveer.

 

Een capriccio is een gefantaseerd stadsgezicht en Salomon Verveer was er een meester in. Er staan heel wat van die schilderijen in het mooie boek over de drie broers Verveer, dat verscheen bij de – inmiddels afgelopen – tentoonstelling over deze Haagse meesters van de romantiek in het Joods Historisch Museum te Amsterdam (zie hiervoor Ledenbericht nr. 5 van september jl.). Dat hij na zijn dood in 1876 een uitermate fors grafmonument van zijn kunstbroeders, vrienden en vereerders kreeg op de (oude) Joodse Begraafplaats geeft aan hoe succesvol hij in zijn tijd was. Overigens besloten de bestuurders van de begraafplaats meteen daarna dat er niet nòg zo’n monument mocht komen, want in de dood zijn alle joden gelijk. Dus liggen zijn broers Maurits en Elchanon vlak bij zijn grafmonument onder ‘gewone’ (liggende) grafstenen, net zoals hun ouders en vier zussen.

Tot 1811 hadden de Verveers trouwens nog Cohen geheten. Maar toen de burgerlijke stand werd ingevoerd, vond de betrokken ambtenaar dat er al genoeg Cohens waren en zodoende ging de vader van de drie succesrijke kunstenaars in plaats van Levy Cohen, Leonardus Verveer heten. Hij zette een zaak in manufacturen aan de Venestraat op en werd dusdanig bemiddeld dat het gezin vanuit de ‘Joodse Buurt’(Gedempte Gracht) naar de Dunne Bierkade verhuisde, een mooie stap vooruit! Dat Salomon, Maurits en Elchanon kunstenaar konden worden, bewijst overigens ook al de welstand van vader. Diens erfenis en de ruime inkomsten van de broers – die trouwens samen in hetzelfde huis aan de Zeestraat woonden – stonden garant voor een aangename levensstandaard.

 

Dit fraai uitgegeven boek is geschreven door enkele auteurs: Sara Tas en Edward van Voolen over ‘De gebroeders Verveer: joodse kunstenaars?’, Hans Rooseboom en Steven Wachlin over ‘Maurits Verveer: portretfotograaf van het eerste uur’ en Christiaan Lucht over ‘Salomon Verveer: succesvol schilder van de Hollandse romantiek’ (waarop hij in 2007 afstudeerde, wat je kunt merken aan de 199 noten bij dit artikel) plus ‘Elchanon Verveer: verrassend waarnemer in de Haagse kunstwereld’. Op zich prima dat er zo een verdeling kwam in het goed gedocumenteerde verhaal van de drie levens, met als enig nadeel dat sommige illustraties er nu dubbel in staan. En dat door de beperkte omvang van het boek er soms wat ‘opsommerig’ geschreven is. Maar de uitgave verdient in mijn ogen toch hulde.

De vraag in hoeverre de Verveers ‘joods’ als kunstenaar waren, wordt ‘beantwoord’ met de interessante vraag of hun onmiskenbare succes daarmee iets te maken had. Joodse kunstschilders vielen in ons land als zodanig eigenlijk niet op en maakten deel uit van de gewone schilderswereld. Joodse onderwerpen hadden voor hen geen urgentie (al schilderde Salomon veel joodse buurten). De Verveers waren in alle opzichten geïntegreerd en toch joods, om het zo eens uit te drukken. Waarbij nog eens komt dat Den Haag een in dit opzicht uiterst liberale stad was.

Salomon (1813-1876) was een van de beste schilders van de Hollandse romantiek, die niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland veelvuldig exposeerde en prijzen won. Leerling van B.J. van Hove (buurman op de Dunne Bierkade) liet hij niet alleen een indrukwekkend oeuvre na (in de twintigste eeuw overigens snel vergeten), maar verdiende ongelooflijk goed en werd een vooraanstaand heer die (bijvoorbeeld) commandant van de erewacht te paard was bij de intocht in Den Haag van de nieuwe koning Willem III (aan wie hij, net zoals aan Willem II, werk verkocht). Hij was medeoprichter van Pulchri Studio, zong bij de Haagse mannenzangvereniging Caecilia, was redacteur van De Nederlandsche Spectator en vrijmetselaar. Kortom, een markante persoonlijkheid; in welk opzicht zijn broers overigens niet voor hem onderdeden.

Maurits (1817-1903) meende minder schildertalent te hebben dan zijn broers en ontwikkelde zich tussen 1857 en 1891 tot de bekendste portretfotograaf in Den Haag. Wat hem overigens niet verhinderde aan het eind van zijn werkzame leven toch weer te gaan schilderen. Hij legde zich met name toe op het maken van carte-de-visites, foto’s van beroemde tijdgenoten, die iedereen kon kopen. Hij verkreeg er grote materiële welvaart door – hij moest meer belasting betalen dan zijn broers, terwijl die toch ook behoorlijk verkochten. Zijn deelname aan fototentoonstellingen zal daar zeker aan hebben bijgedragen.

Elchanon (1826-1900) legde zich aanvankelijk toe op het maken van houtgravures, maar de meeste bekendheid kreeg hij met zijn genre- en figuurstukken die het Scheveningse vissersleven uitbeeldden. Voor mij zijn zijn boekillustraties van eigentijdse auteurs en zijn kostelijke karikaturen van bekenden de leukste afbeeldingen in dit boek, treffend en met subtiele humor, waarbij hij vooral lette op gelaatsuitdrukking, houding en kleding. Je ziet de tweede helft van de negentiende eeuw scherp en geestig verbeeld. Hij werd ook een begaafd aquarellist, waarvan het boek helaas weinig laat zien. Maar dat laatste is geen enkele reden dit fraaie boek niet aan te schaffen. Hopelijk komt over hen ook in ons eigen Haagje nog eens een mooie tentoonstelling met hun werken!

 

Christiaan Lucht e.a., De gebroeders Verveer. Haagse meesters van de romantiek, Zutphen 2015 (Walburg Pers), 128 pp., ISBN 9789057306952, prijs € 19,95

 

Diederick Cannegieter