De straat naar de zee

 

Drieëneenhalve eeuw geleden werd een kaarsrechte straatweg, een echte allée, aangelegd tussen Den Haag en Scheveningen, waardoor men niet meer via een bochtige zandweg moeizaam door de ‘woeste’ duinen hoefde te ploeteren, zoals prins Maurits die tien sterke paarden nodig had om een kanon van 4400 kilo naar het strand te transporteren voor het houden van schietproeven. Of de duizenden burgers, edelen, schutters, soldaten, dignitarissen en Statenleden, die zich een weg door de duinen worstelden om in januari 1643 de Engelse koningin Henrietta Maria naar haar land terug te zien zeilen.

Deze Scheveningseweg werd tot in het buitenland beroemd als een overwinning op de natuur. Die Hollanders, die deden dat toch maar en dan ook nog zeer royaal, met brede groenstroken, vier rijen bomen en afgeschermd door dijken. Ons erelid Kees Stal heeft het ontstaan van dit ‘wonder-werck’ uitvoerig en met zichtbaar plezier beschreven. Dat had hij weleens eerder gedaan, bijvoorbeeld in zijn mooie boek over Zorgvliet (2002), maar nooit zo uitgebreid en onthullend als nu.

Onthullend? Ach, dat ligt er natuurlijk maar aan hoezeer de lezer zich al eerder in het ontstaan van de Scheveningseweg heeft verdiept. Stal toont nu klip en klaar aan dat de wijdverbreide mening dat Constantijn Huygens het ontwerp van die weg leverde en vervolgens de Zeestraet werd aangelegd – kennelijk naar zijn aanwijzingen en bestek – toch echt onjuist is. De werkelijkheid is dat Huygens in 1653 vol enthousiasme maar geheel tevergeefs een gedetailleerd voorstel deed voor de bestrating van de bestaande weg door de duinen. Maar uiteindelijk zorgden de heren Nieupoort, Van der Does en vooral landmeter Johan van Swieten voor uitwerking, bestek en uitvoering van de straatweg op basis van een plan van Cornelis Soetens, penningmeester van het hoogheemraadschap Delfland. Waarvoor dan later toch weer Huygens dankzij een uitgekiende public relations actie de eer kreeg, en een borstbeeld (waarvoor overigens Die Haghe in 1897 het initiatief nam).

Huygens was er wel lang mee bezig geweest. Al in de jaren 1620 had hij gegevens verzameld over de Haagse invalswegen, vanuit Rijswijk en Scheveningen. Zoals hierboven al gezegd: hij dacht wat de weg naar zee betreft aan het bestraten van de bestaande ‘weg’ door de woeste duinen. Soetens daarentegen, bedacht een nieuw tracé, direct in het verlengde van het Nachtegaalspad (nu: Parkstraat), met daarnaast een kanaal. De kosten hiervan bleken echter te hoog en ook het plan van Huygens vond geen genade, waarop deze in juli 1654 in depressie naar Spa vertrok om met de geneeskrachtige bronnen aldaar weer op krachten te komen.

In 1662 diende Soetens opnieuw zijn plan in, maar kreeg hiervoor de handen niet op elkaar. Uiteindelijk werd een uitgekleed plan – zonder kanaal – met de nieuwe straat op het bestaande tracé door de Rekenkamer en de Haagse magistraat aanvaard. Op 22 augustus 1663 startten de werkzaamheden voor de aanleg van het nieuwe wereldwonder.

 

Kees Stal, Een wonder-werck, door menschen handen. De aanleg van de Scheveningseweg, Den Haag 2017 (Historische Reeks Muzee Scheveningen deel 21), pp. 128, ISBN 978-90-820825-5-5, prijs € 14,95

 

Diederick Cannegieter