Een stadsbepalende architect

 

Tussen 1891 en 1927 was Adam Schadee de stadsarchitect van Den Haag. Hij heeft in die periode, samen met zijn afdeling, meer dan 200 soms zeer beeldbepalende bouwwerken gerealiseerd. Toen hij met pensioen ging, werd hij geëerd met de gouden medaille van ’s-Gravenhage en ‘groote zoon van de stad’ genoemd. Volkomen terecht, ook vanuit 2016 gezien, voor wie de moeite neemt in ogenschouw te nemen hoe Schadee het aanzien van onze stad heeft veranderd.

Die moeite namen de hier geen introductie behoevende Koos Havelaar en Marcel Teunissen in weer eens zo’n prachtig uitgegeven deel van de VOM-reeks. Met deze onderzoekers/schrijvers en dit boek moet elke Hagenaar die belangstelling heeft voor onze stad in de eerste kwart van de 20ste eeuw gewoon heel blij zijn.

Adam Schadee, in 1862 geboren in het Gelderse Wamel en getogen in Tiel, studeerde in Parijs af als architect. Nadat hij daar nog even was blijven hangen, werd hij per 1 september 1891 de belangrijkste medewerker van Isaac Anne Lindo, die ruim een jaar daarvoor directeur was geworden van Gemeentewerken (sinds 1875 zo geheten; voordien had deze dienst de naam ‘de Fabriek’, sinds 1579 aan het Zieken gevestigd). Schadee werd er vanuit zijn kantoor aan het Groenewegje 26 de belichaming van de modernisering van onze stad die door industrialisatie en een gigantisch groeitempo (1890: 157.000 inwoners, in 1918: 346.000, in 1940: 504.000) blijvend veranderde. Rond 1890 gingen bestuur en gemeenteraad van Den Haag inzien dat het ‘ieder voor zich’ en alles zoveel mogelijk aan het particuliere bedrijfsleven overlaten niet meer werkte. De overheid nam, ook landelijk, de regie over de stadsontwikkeling en het algemeen welzijn van de burgers. Dat hield in het opstellen van ruimtelijke plannen, de oprichting van nutsbedrijven (reiniging, riolering, telefoon, politie, brandweer, vervoer, energie, waterhuishouding) en de modernisering van voorzieningen voor de inwoners (woningwetwoningen, gezondheidszorg, scholen, badhuizen). Gemeentewerken was in dat alles de spil. Wie vandaag de dag de fiets neemt naar (bijvoorbeeld) de mooi gedecoreerde Electriciteitsfabriek aan de De Constant Rebecquestraat, de nog bijna originele tramremise aan de Parallelweg, de fraaie oude HBS aan de Waldeck Pyrmontkade en het goed bewaard gebleven badhuis aan de Spionkopstraat (het enige rijksmonument van Transvaal!), heeft behalve een leuk tochtje ook meteen een goede indruk van de ‘impact’ van Schadee op onze stad.

Vele te ontwerpen gebouwen waren typologisch helemaal nieuw. Voorbeelden haalde Gemeentewerken (via goed geplande dienstreizen) uit vooral Duitsland. Maar Den Haag had natuurlijk zijn eigen specifieke problemen als het ging om de ongebreidelde stadsuitleg en het erbarmelijke niveau van de volkshuisvesting aan het eind van de 19de eeuw. De gemeente trad tot die tijd slechts faciliterend op (stratenaanleg en een paar nutsvoorzieningen). Dus er was nu opeens ongelooflijk veel werk aan de winkel! Na het in 1915 voltooien van de eerste 65 Haagse woningwetwoningen in Scheveningen-dorp bleek het dan ook noodzakelijk Gemeentewerken te splitsen. De dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting kwam onder leiding van de sociaal-democraat Piet Bakker Schut.

Wat werd er door Lindo en Schadee zoal aangepakt? Met vele fraaie illustraties en uitstekende uitleg voert dit boek ons langs diverse hoogtepunten. Het eerste ontworpen industrieterrein (Laakhaven), destijds een novum voor Nederland. Een definitief plan voor riolering door de hele stad (vanaf 1898; Den Haag was hier rijkelijk laat mee, al was er dan vanaf 1871 de dienst Openbare Reiniging die met paard en wagen huisvuil ophaalde en straten schoonveegde). In 1911 het Gemeentelijk Slachthuis. De infrastructuur en de gebouwen voor de elektrische tram (sinds 1904 met bovenleiding). De gasfabriek op het Trekvlietplein. Nieuwe politiebureaus in 1905 (Archimedesstraat, Huygenspark en Van der Vennestraat). Brandweerkazernes (Duinstraat, Louise Henriëttestraat, Rijswijkseweg; alleen de eerste staat er nog). Badinrichtingen (in 1927 waren het er 9). De Openbare Bibliotheek in de Bilderdijkstraat uit 1923 (later door Dirk van der Zwart uitgebreid). De uitbreiding van het Gemeenteziekenhuis Zuidwal (in 1972 overgegaan naar ‘Leijenburg’). Het gebouw van de gemeentelijke reiniging en de Keuringsdienst van Waren aan de Brouwersgracht-Prinsegracht uit 1910, in een aan de omgeving aangepaste stijl. En vele scholen, nodig door toename van de bevolking. De eerste door Schadee gebouwde was de LO-school Van Merlenstraat (1893) in ingetogen renaissancestijl. Zijn tweede was de HBS-Stadhouderslaan (1902), met als noviteit een fietsenstalling, een afzonderlijke meisjeskamer (tot 1933 overbodig, want toen pas kwamen daar de eerste meisjes binnen!) en een laboratorium op de bovenste verdieping. Zijn derde: de HBS-Waldeck Pyrmontkade, 1908 – zijn meest uitbundige gebouw in neorenaissancestijl. Daarna kwam de LO-school Nachtegaalplein (1926) in de stijl van de Nieuwe Haagse School; die hij herhaalde in de LO-school Deventerstraat.

Toen Adam Schadee in 1927 met pensioen ging, hadden hij en zijn afdeling Den Haag waarlijk verrijkt met vele grote en kleine juweeltjes. Alle gebouwd tot nut van ons allen, maar met een open oog voor ‘fraai’, en dan ook nog aangepast aan de omgeving. Ik zou bijna schrijven: kom daar tegenwoordig eens om, maar dat zou een beetje flauw zijn en een paar goede architecten van tegenwoordig onrecht aandoen. Maar toch…

Schadee was in 1922 weduwnaar geworden en hertrouwde in 1924 met zijn Parijse ‘jeugdliefde’, met wie hij vanaf 1927 in Parijs (Rue Voltaire) ging wonen. Af en toe kwam hij nog wel naar Nederland en werd alom geëerd. Maar zoals dat velen vergaat: na zijn dood in 1937 geraakte hij in vergetelheid. Daarom is het zo fijn dat dit boek van Havelaar en Teunissen er nu is. Hulde aan beiden voor hun in alle opzichten geslaagde werk.

Koos Havelaar en Marcel Teunissen, Groote zoon van de stad. Adam Schadee. Stadsarchitect Den Haag 1891-1927, Zutphen 2016 (Walburg Pers), ISBN 9789462491465, prijs € 24,50

Diederick Cannegieter