Geschiedenis van Scheveningen

 

Werd in het vorige Ledenbericht aandacht besteed aan het 19de deel in de Historische Reeks van Muzee Scheveningen, gewijd aan de herdenkingen van de landing op Scheveningen door prins Willem Frederik op 30 november 1813, nu vestig ik uw aandacht op het iets eerder verschenen 18de deel in deze reeks, getiteld De canon van Scheveningen onder redactie van Maarten van Doorn en anderen, waarin in 50 hoofdstukjes de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van het vissersdorp kort en bondig worden belicht. Dit nuttige en handzame, 112 bladzijden tellende boekje is voor 14,95 euro te koop in o.a. Muzee in de Neptunusstraat. Beter is het echter om donateur van het museum te worden, want dan kunnen de delen in de Historische Reeks gratis worden afgehaald.

Wie evenwel heel veel meer over de interessante en bewogen geschiedenis van Scheveningen te weten wil komen, neme het op 30 november 2013 gepresenteerde eerste deel van de tweedelige uitgave Geschiedenis van Scheveningen. Vroegste tijd tot 1875 ter hand. In dit fraai verzorgde standaardwerk zetten in een heldere en toegankelijke taal en goed gedocumenteerd veertien auteurs (!) uiteen, wat zij te weten zijn gekomen over het Scheveningse verleden. In het ‘Voorspel’ komt de periode van de Bronstijd tot het eind van de Middeleeuwen aan bod, vanzelfsprekend met een afbeelding van de tekst uit vermoedelijk 1287, waarin voor het eerst melding wordt gemaakt van ‘terram de Sceveninghe’. In het eerste deel ‘Kustdorp bij Den Haag’ worden de belangrijkste facetten van de Scheveningse samenleving tot ongeveer 1800 behandeld zoals de ruimtelijke en de demografische ontwikkeling, de bestuurlijke verhoudingen, de leefcultuur en de veranderingen in het dialect. Bestuurlijk viel het vissersdorp onder grote buur Den Haag, in het bestuur waarvan ook steeds een Scheveninger zitting had. Doch ook al telde het dorp aan het eind van de 18de eeuw 2833 inwoners, van het plaveien van de Keizerstraat was het nog steeds niet gekomen.

In het tweede deel van het eerste hoofdstuk ‘Zee, vis en strand’ gaat de aandacht uit naar de ontwikkeling van de (haring)visserij en de opkomst van het toerisme. In het tweede hoofdstuk kunnen wij lezen, dat in de 19de eeuw de Haagse bestuurders vooral aandacht voor de ontwikkeling van de ‘wildernis’ tussen Scheveningen en Den Haag hadden door de aanleg van nieuwe wegen en een kanaal naar Scheveningen. Ook de groei van de badplaats had hun warme belangstelling. Voor de zeer armelijke toestand, waarin het vaak door (storm)rampen getroffen oude dorp nog steeds verkeerde, bestond echter nauwelijks enig oog. De verhouding tussen het ‘echte’ Scheveningen en het stadsbestuur van Den Haag vertoont tot op de dag van vandaag spanningen. De haringvisserij bloeide vooral na 1857 sterk op en het inwoneraantal steeg zo omstreeks 1875 tot 10.000.

Kunsthistorica Froukje Holtrop, verantwoordelijk voor de beeldredactie, is erin geslaagd deze uitgave te voorzien van vele prachtige afbeeldingen. Het boek verscheen bij de Walburg Pers in Zutphen, die zorg droeg voor een fraaie vormgeving. Wij zien uit naar het tweede deel, dat naar verwachting eind 2014 het licht zal zien.

 

Maarten van Doorn en Kees Stal (red.), Geschiedenis van Scheveningen. Vroegste tijd tot 1875, Zutphen (Walburg Pers) 2013, ISBN 978-90-5730-954-0, 320 pp., prijs € 39,50

 

(Dit is een ingekorte versie van de bespreking van het boek, die in Den Haag Centraal van 17 januari 2014 werd geplaatst).

 

Gijs van Herwaarden