Willem II – koning, kunst en catalogus

 

Eigenlijk moet je pas een catalogus van een tentoonstelling bespreken als je ‘er al geweest bent’. Dat ik dat in dit Ledenbericht heb moeten omdraaien, komt door de eenvoudige reden dat het boek mij gewerd voordat ik naar Dordt kon afreizen en dit Ledenbericht een deadline kent. Zodoende over al het moois in het Dordrechts Museum, waar u tot midden juni welkom bent, slechts loftuitingen uit de tweede hand (prachtig gemaakte tentoonstelling over deze ‘woest’ collectionerende man, je waant jezelf even koninklijk te midden van de grootse verzameling). De tentoonstelling zal overigens ook te zien zijn in de Hermitage in St. Petersburg en in het Musée d’Art in de stad Luxemburg. Aldaar zal men in het ‘historische’ gedeelte van de catalogus veel van zijn gading vinden. Wij Nederlanders hebben echter de mooie biografie van Jeroen van Zanten, Koning Willem II 1792-1849 uit 2013 tot onze beschikking en wie die gelezen heeft, kan dat historische deel met een redelijk gerust hart overslaan. Over het waarom hiervan kom ik later terug.

Wat betreft de ‘plaatjes’, de ‘echte’ catalogus dus, niets dan lof. Ik bladerde met veel plezier langs al het moois: schilderijen, meubels, beelden, paleizen, boeken en tekeningen. Een lust voor het oog en ook qua toegevoegde informatie (en typografie) prima. Willem II wist wat mooi was, liet zich ook uitstekend bij zijn (vele vele) aankopen leiden en gaf er (overigens) veel te veel geld voor uit, niet alleen in totaal – hij liet hoge schulden na toen hij onverwachts in Tilburg stierf – maar veelvuldig ook per stuk. Deze vorst was een impulsief man, getrouwd met een Romanov (in welke familie nu eenmaal een of meer roebels niet telden) en zich constant afzettend tegen zijn uiterst zuinige vader (wiens koningskroon van opgepoetst koper was). Daarnaast leed Willem niet alleen aan Weltschmerz maar benauwde zijn functie hem minstens eenmaal per dag dusdanig dat hij langs zijn kunst moest lopen om weer even op adem te komen. Dat laatste deed hij trouwens ook wel door allerlei affaires met vrouwen en – soms – mannen, maar dat is weer een ander verhaal. Met andere woorden: deze (tweede) helft van dit boek is in mijn ogen de 29,95 euro best waard!

En dan die andere, eerste helft, waarin Willem (en Anna Paulowna) na een inleiding, in zeven hoofdstukken in alle breedte wordt geduid. De kunstzin van Willem II door Jeroen van Zanten, de Romanovs en de Oranjes door Sergei Tomsinski, Koning-Groothertog Willem II door Bernard Woelderink, de kunstverzamelingen en het museum van Willem II door Ellinoor Bergvelt, Willem II’s schilderijen in de Hermitage door Boris Asvarisjtsj, de paleisbouw van Willem en Anna in Brussel en Den Haag door Bob van der Laarse en meubels en siervoorwerpen in die paleizen door Paul Rem. Daartussendoor (een goed idee van de samenstellers) korte capita over de veiling van de eeuw door Erik Hinterding, Anna en haar juwelen door Martijn Akkerman, een gedicht van Poesjkin door Henk Slechte (een van de redacteuren), de verzamelaar Pescatore door Gabriele Grawe, de kolonel De Ceva door Hugo Rijpma, de kunsthandel Nieuwenhuys (heel erg belangrijk geweest voor Willem) door Véronique Sintobin Dulick, nogmaals de paleizen van Willem en Anna door Henk Slechte en Oranje, Rusland en Tilburg door Ronald Peeters. Een fraaie waaier van informatie en stuk voor stuk deskundig en vaak aangenaam geschreven. De Held van Waterloo die zijn levenlang in generaalsuniform met Russische muts (hij kaalde al vroeg) liep, in Engeland studerend (hij sprak sindsdien Nederlands, als hij zich al daarin uitte, met een Engels accent) de gotiek ontdekte en in die stijl vooral in Den Haag geheel naar eigen inzicht paleis Kneuterdijk fors uitbouwde en eigenlijk bij het Catshuis een waanzinnig kasteel wilde bouwen (meer ‘groten’ deden zoiets toentertijd). In het boek is dit allemaal en meer te lezen, zoals – uiteraard – veel over zijn schilderijenverzamelingen, zijn liefde voor Tilburg waar hij een paleis liet bouwen dat nog net niet af was toen hij in 1849 stierf, en zijn (en Anna’s) pronkzucht waardoor Den Haag opeens een stuk omhoog sprong qua aantrekkelijkheid. Willem was in tegenstelling tot zijn nurkse vader, een ‘control freak’ die dag en nacht arbeidde, aardig, charmant en uiterst toegankelijk – het is verbluffend te lezen hoe hij gewoon over straat liep en praatjes met mensen aanknoopte – en geen slechte echtgenoot, al leefden Anna en hij veelal gescheiden. Dat al die capita ook nog eens mooi en zinvol geïllustreerd zijn, is erg aangenaam.

Wat wringt er dan? Heel eenvoudig: de veelvuldig overlappende informatie die de diverse schrijvers geven. Dat zal enerzijds te wijten zijn aan het feit dat een aantal stukken niet specifiek voor deze catalogus zijn geschreven. Anderzijds heeft wellicht de tijd ontbroken om de twee redacteuren de gelegenheid te geven in de diverse teksten te wieden dan wel voorstellen daarvoor te doen. Het aantal keren dat ik moest lezen dat het Brusselse paleis van Willem en Anna in 1820 afbrandde (incluis de meeste schilderijen en juwelen) is legio, om eens een voorbeeld te noemen. Deze verder zo fraaie catalogus moet dus zeker niet in één ruk uitgelezen worden, waartoe uw recensent eigenlijk wel gedwongen was. Op een gegeven moment slaat dan namelijk een zekere ergernis toe. En dat kan toch niet de bedoeling van de verder zo te prijzen samenstellers zijn geweest.

Sander Paarlberg en Henk Slechte (red.), Willem II. De koning en de kunst, WBOOKS 2014, Dordrecht, Luxemburg, ISBN (in Nederland) 978-94-625-8019-0, 335 blz., prijs 29,95 euro.

Diederick Cannegieter